Ontwerp Molenkade

Het projectgebied Molenkade heeft een oppervlakte van circa 75 hectare en ligt tussen de snelweg A2, de Diefdijk en de Culemborgse Vliet. Inundatievelden (permanent) zijn weer zichtbaar in het gebied en het landschappelijk contrast tussen de oost- en westzijde van de hoofdverdedigingslijn, de Diefdijk is versterkt. Voor het ontwerp zijn een aantal doelen gesteld:

  • aanschouwelijk maken van de Waterlinie,
  • de toegankelijkheid van het gebied vergroten,
  • het aansluiten van de ecologische verbinding tussen Lek-Biesbosch
  • en het realiseren van waterberging.

Het gebied Molenkade is opgedeeld in drie deelgebieden; noordelijk, zuidelijk en middendeel.

Noordelijk gebied

De inrichting is gericht op de aspecten cultuurhistorie en waterber­ging bij piekafvoeren. Om landschappelijk contrast tussen nat en droog te creëren wordt 4 tot 5 keer per jaar een deel van het noordelijk deel onder water gezet, zodat de inundatie nog beter zichtbaar wordt.

  • In de noordpunt wordt een grote permanente waterplas aangelegd.
  • De vorm van de plas sluit aan bij de historische landschapsstructuur.
  • Steile oevers voorkomen dat de oever gaat verbossen. Alleen de zuidoever die aan de griend grenst, wordt als een flauwe oever aangezet.
  • Om doorspoeling te houden brengt een windmolen water in de plas.
  • Het peil in de plas stelt zich zelf in. Naar verwachting fluctueert dit peil rond NAP - 0,30 m. (De Goilberdinger Wetering behoudt een zomerpeil van NAP - 0,30 m en een winterpeil van NAP – 0,50 m).
  • Om landschappelijk contrast tussen nat en droog te creëren wordt aan de zuidoostelijke zijde van de waterplas grasland met een greppelstructuur aangelegd. Dit zal in de wintermaanden onregelmatig inunderen met behulp van een windmolen.
  • Het noordelijk gebied dient voor waterberging bij piekafvoeren in de Goilbedinger Wetering. Het water kan bij waterstanden hoger dan NAP – 0,30 m het gebied in stromen. Naar verwachting komt dit eenmaal per 10 jaar voor.
  • Bestaande houtopstanden worden gekapt.
  • De groepsschuilplaats tussen de Diefdijk en de waterplas wordt de toegang tot het gebied voor wandelaars.
Midden gebied

Dit gebied wordt voor de natuur ingericht. Daarnaast wordt via zichtlijnen de openheid van het landschap in stand gehouden. Het is de bedoeling om water vast te houden. De invloed van gebieds­vreemd water wordt voorkomen door aanleg van kaden en stuwtjes. De van oudsher bekende boslocaties, daterend uit het midden van de 19e eeuw, worden gehandhaafd voor griend en hakhout.

  • In een deel van het middengebied wordt het water met stuwtjes (NAP + 0,20 m) vastgehouden en aan de noordzijde van het gebied worden kaden aangelegd.
  • Een deel van de aanwezige houtopstanden wordt omgevormd tot moeras.
  • De kaden en een slingerend pad door de griend (kunnen als wandelroute worden gebruikt en) gaan deel uitmaken van het Waterliniepad.
  • De weg van de Molenkade wordt opnieuw geprofileerd op de plaats waar die nu ligt, de groene kade wordt gehandhaafd.
  • Bij de inrichting wordt rekening gehouden met het creëren van geïsoleerde waterpartijen (locale diepten in sloten) voor bijvoorbeeld heikikkers.
  • Het projectgebied is in oostelijke richting uitgebreid met een perceel gelegen bij de afrit A2. Dit perceel zal door een greppelstructuur water kunnen bergen bij piekafvoer.
Zuidelijk gebied

De inrichting van het zuidelijk gebied heeft als streefbeeld een vochtig of nat, schraal grasland. Ook hier moet water geborgen kunnen worden bij piekafvoer.

  • De populierensingel langs de Molenkade wordt omgevormd tot schraal grasland.
  • Langs de Molenkade wordt een nieuwe laanbeplanting aangebracht.
  • De bestaande watergangen worden voorzien van natuurvriendelijke oevers.
  • Het gebied wordt afgraven tot NAP + 0,0 m.
  • Langs de Culemborgse Vliet worden natuurvriendelijke oevers aangelegd.
  • De sloten uitkomend op de Culemborgse Vliet worden afgedamd en worden onderling verbonden.
  • Langs de Culemborgse Vliet wordt een kade aangelegd met een hoogte van NAP + 0,75 m.
  • Enkele poelen worden aangelegd ten behoeve van amfibieën (kamsalamanders en heikikkers).
  • De groepsschuilplaatsen worden aangeaard en bij één ervan komt de toegang tot het gebied voor wandelaars.